235
7000056136-0
NL
■ Pak de nieuwe gases en draai de veiligheidsklep (7) er goed op vast.
■ Test de werking van het gasfornuis (zie pagina 271).
■ Plaats de gases in het keukenkastje.
■ Zet de gases vast in de kast met behulp van de bevestigingsriem (3).
Zorg er altijd voor dat de gases stevig verankerd is.
■ Controleer of de gasslang (8) goed opgerold in het keukenkastje zit.
■ Plaats de toegangsdeur voor de gases (1) terug in de omgekeerde volgorde
van verwijdering.
3.16 - Advies voor de chaueur
■ Controleer of de draaibare stoelen in de voorwaarts gerichte stand zijn
vergrendeld.
■ Pas de positie van de bestuurdersstoel aan.
■ Pas de hoofdsteun en de achteruitkijkspiegels aan uw lengte aan.
■ Controleer of het hefdak goed gesloten en vergrendeld is.
■ Als uw auto is uitgerust met een schuifbank, controleer dan of deze goed is
vergrendeld.
■ Loop voordat u vertrekt helemaal rond het voertuig om te controleren of er
geen duidelijke problemen zijn.
4 - Tijdens de reis
Met een gerust hart op reis gaan is de veiligste manier.
■ Volg een paar eenvoudige regels om uw bestemming veilig te bereiken.
4.1 - Snelheid
■ Pas de snelheid van het voertuig altijd aan de omstandigheden aan.
– Weer en zichtbaarheid.
– Verkeersdrukte.
– Conditie van het wegdek.
■ Rijd rustig en kalm, zonder hard te accelereren of te remmen, zowel omwille
van het brandstofverbruik als voor het comfort van de passagiers.
4.2 - Medicatie / Alcohol / Drugs
Rijden onder invloed van alcohol of drugs brengt zowel u als anderen in zeer
groot gevaar.
Evenzo kunnen bepaalde soorten medicatie verdovende of
gedragsbeïnvloedende eecten hebben.
Bovendien kan een combinatie van stoen (medicijnen, drugs en alcohol) de
nadelige eecten verergeren.
■ Rijd nooit als u rijvaardigheid op welke manier dan ook wordt beperkt.
4.3 - Telefoon
Telefoneren tijdens het rijden verhoogt de kans op een ongeval aanzienlijk.
Daarom, als u aan het rijden bent:
■ Schakel uw telefoon uit of zet hem in de vliegtuigmodus.
■ Download en gebruik apps die oproepen blokkeren als u onderweg.
■ Vraag een passagier om uw telefoon op te nemen als hij overgaat.
■ Stop uw voertuig op een veilige plaats om de telefoon te gebruiken.
■ Anticipeer op belangrijke telefoontjes en pleeg ze voor u gaat rijden.