272
7000056136-0
NL
5.10.2 - Gebruik van het gasfornuis
Bedien het gasfornuis nooit terwijl het voertuig in beweging is.
Het gasfornuis mag nooit als verwarming worden gebruikt.
5
6
7
9
8
4
10
11
10
11
4 Beschermplaat
5 Hoog vuur
6 Laag vuur
7 Instelknop voor laag vuur
8 Instelknop voor hoog vuur
9 Piëzo-elektrische ontstekerknop
10 Gordijnen
11 Gordijnstrop
Met de gastoevoer open, past u de volgende procedure toe om het gasfornuis
aan te steken:
■ Verwijder brandbare materialen zoals lappen, kleding, papier en plastic
voorwerpen uit de buurt van het fornuis.
■ Doe de gordijnen van het raam achter het gasfornuis helemaal open.
■ Bind de gordijnen (10) vast met de gordijnstoppen (11).
■ Open het raam achter het fornuis.
Open het raam om de lucht te verversen en de damp en rook van het
koken af te voeren.
■ Breng de beschermplaat (4) volledig omhoog.
Sluit nooit de beschermplaat (4) wanneer het gasfornuis brandt.
Door de hitte kan het glas breken.
■ Druk op de instelknop voor de gewenste vlam en draai deze naar het
symbool dat een kleine vlam voorstelt.
■ Druk op de piëzo-elektrische ontstekerknop tot de gaspit brandt.
■ Stel de vlam in op de gewenste intensiteit.
Houd kinderen uit de buurt van het gasfornuis wanneer het wordt
gebruikt.
Laat gaspitten nooit zonder toezicht branden.
Zorg ervoor dat de vlam niet verder reikt dan de rand van de pan
op het gasfornuis.
Om het risico van morsen te voorkomen, mogen de handgrepen
van potten en pannen nooit over de rand van het gasfornuis
uitsteken.
Laat geen vlekken van zure of alkalische stoen (azijn, zout,
citroensap, enz.) op het gasfornuis achter. Maak ze schoon zodra het
gasfornuis is afgekoeld.
Pas de volgende procedure toe om het gasfornuis uit te zetten:
■ Draai de instelknop naar de "0"-stand.
■ Wacht tot het fornuis is afgekoeld, en leg dan de beschermplaat (4) neer.
Sluit na gebruik van het gasfornuis, voor extra veiligheid, de
gastoevoer af met de gasafsluitkraan (3).