283
7000056136-0
NL
7.8 - Koelkast
7.8.1 - Ontdooien
Ontdooi de koelkast wanneer de verdamper bedekt is met meer dan 3 of 4 mm
vorst.
■ Schakel de koelkast uit door de thermostaat in de 0-stand te zetten.
■ Wacht tot de vorstlaag smelt.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs en rijp te verwijderen. Dit
kan de verdamper beschadigen en lekkage van koelgas veroorzaken.
■ Maak de binnenkant van de koelkast schoon en droog.
■ Neem de lekbak onder de verdamper eruit, maak hem leeg en droog hem.
Gebruik bij het ontdooien een handdoek om het water gemakkelijker
op te vangen.
■ Ontdooi, reinig en droog de koelkast grondig, en neem hem daarna weer in
gebruik.
7.8.2 - Onderhoud
■ Maak de binnenkant van de koelkast schoon met warm water en
afwasmiddel.
■ Maak het deuroppervlak schoon.
■ Spoel de binnen- en buitenkant van de koelkast zorgvuldig schoon.
■ Droog de binnen- en buitenkant van de koelkast grondig af voordat u hem
weer in gebruik neemt.
7.9 - Drinkwaterafvoer
Leeg na elk gebruik van het voertuig de watertank en de waterleidingen.
1
2
1 Inspectieluik
2 Afvoerkraan
De aapkraan bevindt zich onder de eerste kast.
Om de drinkwatertank te legen:
■ Verwijder het inspectieluik (1).
■ Draai de afvoerkraan (2) linksom om hem te openen.
Na het legen:
■ Draai de afvoerkraan (2) rechtsom om hem te sluiten.
■ Plaats het inspectieluik (1) terug.