238 / 291 - NL -
Stap Display Segmentdisplay
Beschrijving Opmerking
4
21.01 01
Druk op de toetsen
d
en
f
om het knipperende getal te
wijzigen.
5
21.01 01
Ga naar het volgende getal met
toets
g
.
Het laatste getal voor de dag van
de huidige datum bevindt zich in
het segmentdisplay.
6
21.01 01
Druk op toets
g
in de
knipperende datumweergave om
naar de instellingsmodus
‘Uhrzeit’ (Tijdstip) te gaan.
7
01.01
01
Selecteer het knipperende getal
met toets
g
of
h
.
Het tijdstip wordt in het formaat
HH.MM.SS weergegeven.
8
01.01 01
Selecteer het knipperende getal
met toets
g
of
h
.
Na het opvragen knippert eerst het
getal voor het uur.
9
01.01 01
Druk op de toetsen
d
en
f
om het knipperende getal te
wijzigen.
10
01.01 01
Ga naar het volgende getal met
toets
g
.
Het laatste getal voor de seconde
van het huidige tijdstip bevindt zich
in het segmentdisplay.
11
01.01 01
Om de instellingen te beëindigen:
Druk op toets
g
in de
knipperende
secondeweergave om de
instellingsmodus ‘Uhrzeit’
(Tijdstip) te verlaten.
Wacht 15 seconden.
10.1.7.
Datalogging
Zodra het stookproces begint, worden er meetwaarden gelogd.
Het logproces stopt, zodra de oven na het afkoelen een temperatuur van 100 °C heeft bereikt.
Op de USB-stick wordt het bestand ‘LOGnnn.CSV’ aangemaakt.
Het eerste bestand dat wordt aangemaakt, krijgt de naam ‘LOG000.CSV’.
Bij de volgende stookprocessen worden de bestanden ‘LLOG001.CSV’ tot ‘LLOG999.CSV’ aangemaakt.
Er kunnen maximaal 1000 logbestanden op de USB-stick worden aangemaakt.
We adviseren u de logbestanden na een aantal stookprocessen op een ander medium op te slaan.
Het duurt ongeveer 1 seconde om elk afzonderlijk bestand op de stick te indexeren. Daarna kan er pas een nieuw
bestand worden aangemaakt.
Wanneer de USB-stick bijvoorbeeld de bestanden ‘LLOG001.CSV’ tot en met ‘LOG100.CSV’ bevat, dan kan pas
na iets meer dan 100 seconden het bestand ‘LOG101.CSV’ worden aangemaakt en met het loggen van
meetwaarden worden begonnen.
De bestanden worden aangemaakt als CSV-bestand en als ASCII-code en kunnen direct in Microsoft Excel-
tabellen worden geïmporteerd.
10.1.8.
Dataloginterval
De interval kan in de configuratiemodus van de regelaar worden ingesteld tussen 5 en 300 seconden (zie hoofdstuk 12
parameter 50).
Fabrieksinstelling:
60 seconden