- 1
Lees vóór het eerste gebruik
van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk
en bewaar hem voor later gebruik of voor
een latere eigenaar.
Mochten er eventueel accessoires ontbre-
ken of mocht u transportschade constate-
ren, neem dan contact op met uw leveran-
cier.
– De op het apparaat aangebrachte
waarschuwings- en aanwijzingsborden
geven aanwijzingen voor gebruik zon-
der gevaar.
– Naast de aanwijzingen in de gebruiks-
aanwijzingen moeten de algemene vei-
ligheidsvoorschriften en voorschriften
ter vermijding van ongevallen van de
wetgever in acht genomen worden.
Aanwijzingen betreffende de inhouds-
stoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen
vindt u onder:
www.kaercher.com/REACH
– Deze machine (apparatuurdrager) is
voor de inzet op oppervlakken, voor het
onderhoud van plantsoenen en voor de
winterdienst ontwikkeld.
– Verscheidene hulpstukken (niet bij de
levering inbegrepen) kunnen aan de
machine zowel van voren als van ach-
teren aangebracht worden. Hulpstuk-
ken, die de veiligheid of stabiliteit van
de machine in gevaar brengen, mogen
niet gebruikt worden.
– BELANGRIJK! Alvorens hulpstukken
aan te brengen, die niet speciaal voor
deze machine gemaakt zijn, dient u
contact op te nemen met uw bevoegde
handelaar, om te controleren hoe deze
apparaten aangebracht en gebruikt
worden. Dat is belangrijk voor de veilig-
heid van bestuurder en machine, als-
ook voor eventuele garantieaanspra-
ken.
– Deze machine (apparatuurdrager) is bij
levering bedrijfsklaar. Juiste behande-
ling en juist onderhoud verhogen de be-
drijfszekerheid en levensduur van de
machine.
– De machine kan ook als trekvoertuig
gebruikt worden (aanhangwagenkop-
peling is al aangebracht).
– Voordat u met de machine werkt, dient
u de gebruiksaanwijzing zorgvuldig te
lezen en u vertrouwd te maken met de
bedieningssystemen en de overige uit-
rusting.
– Er mogen aan het apparaat geen wijzi-
gingen worden aangebracht.
– Er mag alleen gereden worden op de
door de ondernemer of diens gemach-
tigde voor het machinegebruik vrijgege-
ven oppervlakken.
– Het apparaat met de werkinstallaties
moet voor gebruik gecontroleerd wor-
den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig-
heid. Indien zij niet in goede staat ver-
keren, mag u de apparatuur niet gebrui-
ken.
– Er mogen alleen toebehoren en onder-
delen gebruikt worden, die door de fa-
brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe-
behoren en originele onderdelen staan
er borg voor dat het apparaat veilig en
storingsvrij gebruikt kan worden.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave . . . . . . . . . . . . NL 1
Algemene aanwijzingen. . . . . . NL 1
Zorg voor het milieu . . . . NL 1
Reglementair gebruik. . . NL 1
Accessoires en reserveon-
derdelen. . . . . . . . . . . . . NL 1
Garantie . . . . . . . . . . . . . NL 2
Veiligheidsinstructies . . . . . . . . NL 2
Veiligheidsinstructies voor
de rijmodus . . . . . . . . . . NL 2
Veiligheidsinstructies voor
de verbrandingsmotor . . NL 2
Veiligheidsinrichtingen . . NL 2
Symbolen in de gebruiks-
aanwijzing . . . . . . . . . . . NL 3
Symbolen op het apparaat NL 3
De eerste 100 bedrijfsuren
(inlooptijd) . . . . . . . . . . . NL 3
Overzicht apparaat . . . . . . . . . NL 4
Buitenaanzicht . . . . . . . . NL 4
Plafondconsole . . . . . . . NL 4
Schakelaar op het dash-
board . . . . . . . . . . . . . . . NL 4
Parkeerrem . . . . . . . . . . NL 4
Pedalen . . . . . . . . . . . . . NL 4
Ontsteking . . . . . . . . . . . NL 5
Aansluiting van hydraulisch
systeem van voren. . . . . NL 5
Aansluiting van het hydrau-
lisch systeem van achteren NL 5
Hoofdschakelaar . . . . . . NL 5
Bediening. . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5
Bedieningsterminal / displayNL 5
Setup-menu . . . . . . . . . . NL 5
Keuzeschakelaar rijrichting NL 5
Werkbereiken. . . . . . . . . NL 6
Functie van de multifunctio-
nele hendel (joystick) . . . NL 6
Programma's op het display
selecteren . . . . . . . . . . . NL 6
Beschrijving - Programma 1 NL 6
Beschrijving - Programma 2 NL 7
Beschrijving - Programma 3 NL 7
Onafhankelijk van het inge-
stelde programma . . . . . NL 7
Losse stand . . . . . . . . . . NL 7
Bediening van de werkhy-
draulica . . . . . . . . . . . . . NL 7
Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 8
Vóór eerste inbedrijfstelling NL 8
Tanken. . . . . . . . . . . . . . NL 8
Ruitensproei-inrichting . . NL 8
Chauffeursstoel instellen NL 8
Stuurwielstand instellen . NL 8
Vóór de start/veiligheidscon-
trole . . . . . . . . . . . . . . . . NL 8
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 9
Motor starten . . . . . . . . . NL 9
Motor stilleggen . . . . . . . NL 9
Motor laten warmdraaien NL 9
Rijden. . . . . . . . . . . . . . . NL 9
Hulpstukken. . . . . . . . . . . . . . . NL 9
Aanbouwtoestellen op de
machine aanbrengen . . . NL 9
Aanbouwtoestellen aanslui-
ten aan de hydraulica. . . NL 10
Aanbouwtoestellen van de
machine demonteren . . . NL 10
Opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 10
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . NL 10
Onderhoudsschema . . . NL 10
Serviceweergave . . . . . NL 11
Onderhoudswerkzaamhede
n . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 11
Accu laden . . . . . . . . . . NL 11
Band verwisselen . . . . . NL 11
Motorbekledingen wegne-
men / aanbrengen. . . . . NL 12
Motoroliepeil controleren en
olie bijvullen . . . . . . . . . NL 12
Motorolie en motoroliefilter
wisselen . . . . . . . . . . . . NL 12
Oliepeil hydraulisch systeem
controleren en hydraulische
olie bijvullen . . . . . . . . . NL 12
Oliefilter van hydraulisch sy-
steem in de olietank van hy-
draulisch systeem
vervangen . . . . . . . . . . . NL 12
Olie van het hydraulisch sy-
steem vervangen . . . . . NL 12
Hydraulisch systeem contro-
leren . . . . . . . . . . . . . . . NL 12
Koelmiddelpeil controleren NL 12
Koelwater navullen . . . . NL 13
Brandstoffilter vervangen NL 13
Brandstofsysteem ontluch-
ten. . . . . . . . . . . . . . . . . NL 13
Luchtfilter reinigen en ver-
vangen . . . . . . . . . . . . . NL 13
Apparaat smeren . . . . . NL 13
V-snaar controleren . . . NL 14
Accu controleren. . . . . . NL 14
Reinigingswerken . . . . . NL 14
Vervangingswerken . . . NL 14
Chauffeurscabine kantelen NL 15
Hulp bij storingen . . . . . . . . . . NL 16
Storingen met weergave NL 16
Storingen zonder indicatie NL 16
Wegslepen . . . . . . . . . . NL 16
Technische gegevens. . . . . . . NL 17
Bandenuitrusting. . . . . . NL 18
Algemene aanwijzingen
Zorg voor het milieu
Het verpakkingsmateriaal is her-
bruikbaar. Deponeer het verpak-
kingsmateriaal niet bij het huishou-
delijk afval, maar bied het aan voor
hergebruik.
Onbruikbaar geworden apparaten
bevatten waardevolle materialen
die geschikt zijn voor hergebruik.
Lever de apparaten daarom in bij
een inzamelpunt voor herbruikbare
materialen. Batterijen, olie en der-
gelijke stoffen mogen niet in het mi-
lieu belanden. Verwijder overbodig
geworden apparatuur daarom via
geschikte inzamelpunten.
Reglementair gebruik
Accessoires en reserveonderdelen
71NL