EasyManua.ls Logo

Kärcher MIC 84 - Garantie; Veiligheidsinstructies; Veiligheidsinstructies Voor de Rijmodus; Veiligheidsinstructies Voor de Verbrandingsmotor

Kärcher MIC 84
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
- 2
Indien nodig, moet u zich tot de fabri-
kant wenden.
Informatie over het toebehoren en de
reserveonderdelen vindt u op
www.kaercher.com.
In elk land gelden de door onze bevoegde
verkoopmaatschappij uitgegeven garantie-
voorwaarden. Eventuele storingen aan de
accessoires herstellen wij binnen de garan-
tieperiode kostenloos voor zover een mate-
riaal- of productiefout de oorzaak is. Voor
garantieaanspraken wendt u zich met uw
aankoopbewijs tot uw handelaar of de
dichtstbijzijnde, bevoegde klantendienst.
De voor motorrijtuigen voorgeschreven
maatregelen, regels en verordeningen
dienen altijd te worden opgevolgd.
Met de machine mag pas gereden wor-
den, wanneer u zich met de bediening
vertrouwd hebt gemaakt, de gebruiks-
aanwijzing en de veiligheidsinstructies
hebt gelezen en begrepen.
Het apparaat mag alleen door perso-
nen worden gebruikt die voor de om-
gang ermee zijn opgeleid of hun vaar-
digheden in het bedienen hebben aan-
getoond en uitdrukkelijk de opdracht
hebben gekregen voor het gebruik.
De bediener moet het apparaat doel-
matig gebruiken. Hij moet bij het rijden
rekening houden met de plaatselijke
omstandigheden en bij het werken met
dit apparaat goed letten op anderen,
vooral op kinderen.
Het verblijf in de gevarenzone is verbo-
den. Niet gebruiken in ruimtes met ont-
ploffingsgevaar.
Over het algemeen geldt: Licht ont-
vlambare stoffen uit de buurt van het
apparaat houden (explosie-/brandge-
vaar).
Alle veiligheidsafdekkingen en veilig-
heidssystemen moeten volgens de re-
gels aangebracht zijn.
Instellingen aan de machine of de ap-
paratuur alleen bij stilstaande motor uit-
voeren.
Voorzichtig zijn in het bereik van de
knikbesturing - gevaar voor beklemd ra-
ken!
Bij geparkeerde machine parkeerrem
aantrekken en de apparatuur naar be-
neden laten zakken (zwevende positie).
Alvorens met het werk te beginnen,
controleren of de schroefverbindingen
goed vast zitten, en of alle bouten ge-
borgd zijn.
Het apparaat mag niet worden gebruikt
door kinderen of jongeren.
Het meenemen van begeleidende per-
sonen is niet toegestaan.
Het apparaat mag nooit onbeheerd
worden achtergelaten zolang de motor
nog draait. De bediener mag het appa-
raat pas verlaten, als de motor is uitge-
zet, het apparaat tegen onbedoelde be-
wegingen is beveiligd, de handrem is
aangetrokken en de contactsleutel uit
het contact is gehaald.
Gevaar
Verwondingsgevaar!
Voor elk gebruik moet de veiligheidscontro-
le in het hoofdstuk „Inbedrijfstelling“ uitge-
voerd worden.
De rijsnelheid moet aan de omstandighe-
den van dat moment aangepast worden.
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
In de rijrichting mag u slechts stijgingen
tot 35% nemen.
Kantelgevaar bij snel door de bochten
rijden.
In bochten langzaam rijden.
Kantelgevaar bij onstabiele onder-
grond.
Het apparaat uitsluitend op bevestigde
ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
Dwars op de rijrichting alleen hellingen
tot maximaal 10 % berijden.
Alle bedieningshendels en schakelaars
moeten voor het starten van de motor in
de neutrale stand staan. De bestuurder
moet bij het starten op de bestuurders-
stoel zitten. Het rijpedaal mag tijdens de
startprocedure niet gebruikt worden.
Het aandoen van de veiligheidsgordel
wordt altijd aanbevolen bij het werken
met hulpstukken. Bij het inzetten ervan
kan het tot een plotselinge stilstand van
de machine komen (zoals bijv. sneeuw-
ploeg, frontlader etc.)
Het voertuig mag enkel vanop de be-
stuurdersstoel in beweging gezet wor-
den.
Bijzondere voorzichtigheid betrachten
bij werken aan hellingen en greppels.
Vooraleer u de vuldruk van de banden
corrigeert, moet gecontroleerd worden
of de drukverlager aan de compressor
juist is ingesteld.
Maximum vuldruk van de banden niet
overschrijden. De toegelaten vuldruk
van de banden moet aan de band en
eventueel aan de veld afgelezen wor-
den. Bij verschillende waarden moet de
kleinst waarde in acht genomen wor-
den.
Informatie over de banden en de aan-
bevolen bandendruk vindt u in het
hoofdstuk "Technische gegevens |
Banden".
Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes
gebruikt worden.
Gevaar
Verwondingsgevaar!
De uitlaat mag niet geblokkeerd wor-
den.
Niet over de uitlaat buigen of deze aan-
raken (verbrandingsgevaar).
Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak-
ken (verbrandingsgevaar).
Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de
gezondheid, ze mogen niet worden in-
geademd.
De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na-
loop nodig na het uitzetten. In deze tijd
absoluut uit de buurt blijven van het
aandrijfbereik.
Beveiligingselementen
dienen ter bescher-
ming van de gebruiker en mogen niet bui-
ten gebruik gesteld worden of in de functie
omgaan worden.
De hoofdschakelaar onderbreekt de elektri-
sche toevoerleiding naar de startmotor. Bij
een uitgezette machine moet deze altijd uit-
geschakeld en uitgetrokken worden.
Voor het starten van de motor moet:
de hoofdschakelaar ingeschakeld zijn
(stand naar boven).
Garantie
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstructies voor de
rijmodus
Banden en bandendruk
Veiligheidsinstructies voor de
verbrandingsmotor
Veiligheidsinrichtingen
Hoofdschakelaar
72 NL

Table of Contents

Related product manuals