208 Nederlands
6.7 Multifunctionele indicatie MIC 50
1 Controlelampje parkeerlicht
2 Controlelampje groot licht
3 Niet bezet
4 Service-indicatie
Instructie
Brandt als het desbetreffende onderhoud moet worden
uitgevoerd
5 Waarschuwingslampje brandstofreserve
6 Waarschuwingslampje parkeerrem geactiveerd
7 Waarschuwingslampje laadcontrole accu
8 Niet bezet
9 Waarschuwingslampje rijaandrijving/foutindicator
10 Niet bezet
11 Waarschuwingslampje motoroliedruk
12 Waarschuwingslampje hydraulische olietemperatuur
(te laag/hoog)
13 Waarschuwingslampje luchtfilter
14 Waarschuwingslampje hydraulische oliefilter rijaandrij-
ving (hydraulische oliefilter verstopt)
15 Niet bezet
16 Controlelampje differentieelgrendel actief
17 Controlelampje knipperlicht
18 Controlelampje tempomaat geactiveerd
19 Bedrijfsurenteller
20 Motortoerental
21 Tankindicatie
22 Symbool: schildpad
Instructie
Indicatie bij transportmodus langzaam
23 Symbool: haas
Instructie
Indicatie bij transportmodus snel
24 Koelvloeistoftemperatuur motor
6.7.1 Waarschuwings- en controlelampjes
몇 WAARSCHUWING
Beschadigingsgevaar van het voertuig
Brandt een rood waarschuwingslampje, dan moet u on-
middellijk maatregelen treffen voor het verhelpen van de
fout. Zoek de volgende mogelijkheid om zonder gevaar te
stoppen buiten het verkeer.
LET OP
Brandt er een geel waarschuwingslampje, dan moet u zo
snel maatregelen treffen voor het verhelpen van de fout.
Instructie
Groene en blauwe controlelampjes geven de actuele acti-
viteiten van het voertuig weer.
1. De betekenis van de waarschuwingslampjes die in het
geval van een storing branden, zijn in het hoofdstuk 14
Hulp bij storingen beschreven.
6.8 Multifunctionele indicatie/display MIC 70
De op het display vooraf ingestelde taal is Engels, de taal
kan via het menu instellingen worden gewijzigd, zie hoofd-
stuk 6.8.3 Taal instellen MIC 70.
1 Multifunctionele indicatie, in de hoogte verstelbaar
2 Display
3 Waarschuwings- en controlelampjes
Instructie
Terwijl het systeem opstart, branden gedurende korte
tijd alle waarschuwings- en controlelampjes. Dit kan ge-
bruikt worden om de functie van de lampen te controle-
ren.
4 Functietoetsen
5 Hendel voor de hoogteverstelling
De functietoetsen dienen voor de navigatie, het verande-
ren van de instellingen of van de directe keuze van een
menu. De indicatie gebeurt in de navigatie-indicatie op het
display.
Voor het in de hoogte verstellen van de multifunctionele in-
dicatie, de hendel openen en op de gewenste positie in-
stellen.
6.8.1 Waarschuwings- en controlelampjes
몇 WAARSCHUWING
Beschadigingsgevaar van het voertuig
Brandt een rood waarschuwingslampje, dan moet u on-
middellijk maatregelen treffen voor het verhelpen van de
fout. Zoek de volgende mogelijkheid om zonder gevaar te
stoppen buiten het verkeer.
LET OP
Brandt er een geel waarschuwingslampje, dan moet u zo
snel maatregelen treffen voor het verhelpen van de fout.
Instructie
Groene en blauwe controlelampjes geven de actuele acti-
viteiten van het voertuig weer.
1. De betekenis van de waarschuwingslampjes die in het
geval van een storing branden, zijn in het hoofdstuk 14
Hulp bij storingen beschreven.