Nederlands 229
12.4 Onderhoudsschema voertuig (door klant uit te voeren)
Pos. Bouwgroep Handeling Dagelijks Wekelijks om de 500 uur
of jaarlijks*
1 Stoffilter cabine Op verontreiniging controleren.
Verontreinigde stoffilters reinigen of ver-
vangen.
X (afhanke-
lijk van de
omgeving-
somstandig-
heden)
X
Vervangen X (indien nodig
vroeger)
2 Besturing Visuele controle X
De lagers van de stuurcilinder op speling
controleren.
X
3 Koelvloeistofexpansievat Koelvloeistofpeil controleren. X
Mengverhouding water/antivriesmiddel
controleren.
X
4 V-snaar Spanning controleren. X X
5 Schroefverbindingen Visuele controle, indien nodig aantrek-
ken.
XX
6 Motorluchtfilter Op verontreiniging controleren.
Verontreinigde motorluchtfilter reinigen of
vervangen.
X
Vervangen X (indien nodig
vroeger)
7 Motorolie Oliepeil voor het begin van de rit controle-
ren.
X
Vervangen X
8 Motoroliefilter Vervangen X
9 Hydraulische olietank Peil hydraulische olie controleren. X X
10 Hydraulische koppelingen en
aansluitingen
Op ondichtheid controleren. X X
11 Batterij Accu op spanning, vastheid en dichtheid
controleren.
XX
Elektrolytpeil en elektrolytdichtheid in de
cellen controleren (alleen onderhoudsar-
me accu).
XX
Accupolen op oxidatie controleren, indien
nodig afborstelen en met poolvet insme-
ren. Op vastheid van de verbindingska-
bels letten.
X
12 Uitlaatsysteem Toestand en vastheid van de verbindings-
elementen controleren.
XX
Visuele controle van het uitlaatsysteem
op scheurvorming en ondichtheden.
XX
13 Parkeerrem Op werking en instelling controleren X X
14 Koeler Visuele controle van motorkoelvloeistof-,
laadlucht- en hydraulische oliekoeler op
beschadiging, vastheid, dichtheid en ver-
ontreiniging, evt. reinigen.
XX
Koelvloeistofpeil controleren.
Mengverhouding water/koelvloeistofpeil
controleren.
XX
Koelvloeistofslangen op dichtheid en be-
schadigingen controleren.
XX
15 Banden Toestand en vuldruk controleren. X X
16 Ruitensproeierreservoir Vulniveau controleren. X X
17 Verlichting en claxon Werking controleren. X X