EasyManua.ls Logo

CAMP GIANT - Pagina 63

CAMP GIANT
180 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
62
63
SPECIFIEKE INFORMATIE
TOEPASSINGSGEBIED
CAMP Giant is bedoeld als bescherming tegen het risico van het vallen van een hoogte wanneer het product
als volgt wordt gebruikt:
een afdaalapparaat van de werklijn, gecertificeerd volgens de norm EN 12841:2006 type C;
een stijgapparaat van de werklijn, gecertificeerd volgens de norm EN 12841:2006 type B;
een valbeveiliging voor de veiligheidslijn, gecertificeerd volgens de norm voor de norm EN 12841:2006 type A;
een afdaalapparaat gebruikt als reddings- en individuele beschermingsuitrusting, gecertificeerd volgens de norm EN
341:2011 type 2A;
een zekerings- en neerlaatapparaat voor klimmen en aanverwante activiteiten conform de norm EN 15151-1:2012:
een remapparaat met handmatig geassisteerde blokkering. Type 8, voorzien van antipaniek-blokkeerinrichting.
een afdaalapparaat voor redding en evacuatie, getest volgens de Amerikaanse norm ANSI/ASSE Z359.4-2013.
Compatibiliteit
Touwen
Giant mag uitsluitend gebruikt worden in combinatie met de volgende touwen (fig.1):
Gebruik EN 12841A/B/C: semi-statische touwen EN 1891/A met diameter van 10 tot 11,5 mm;
Gebruik EN 341/2A: semi-statisch touw EN 1891/A type CAMP Safety Iridium 10,5 mm art.2810A;
Gebruik EN 15151-1: dynamisch enkel touw EN 892 met diameter van 9,9 tot 11 mm.
Gebruik ANSI/ASSE Z359.4: semi-statisch touw EN 1891/A type CAMP Safety Iridium 11 mm art.2811A.
Tijdens het certificatieproces zijn de volgende touwen gebruik: CAMP Iridium 10,5 mm, CAMP Iridium 11 mm, Cousin
Trestec Spelunca 10,1 mm, Beal Antipodes 11,5 mm, CAMP Quasar 9,9 mm, CAMP Magnon 11 mm.
OPGELET: de diameter van de in de handel verkrijgbare touwen kan een tolerantie van +/- 0,2 mm hebben.
De doeltreffendheid van de remwerking en het gemak waarmee het touw gevierd kan worden, kan variëren al naar
gelang de diameter, de constructiestructuur, de slijtage, de oppervlaktebehandeling van het touw en vele andere
variabelen zoals: bevroren, bemodderde, natte, vuile touwen, enz.…
Bij elk gebruik moet de gebruiker zich vertrouwd maken met de remwerking van het apparaat op het touw en
controleren of het touw intact is. Controleer of aan het onderste uiteinde van het touw van een stiksel of een
aanslagknoop is voorzien. Het apparaat kan tijdens het afdalen verhit raken en het touw beschadigen: Opgelet. De
veilige werking van het apparaat houdt verband met de toestand van het touw: als het touw beschadigd is, moet het
vervangen worden.
Klimgordels
Gebruik EN 12841B/C: gebruik met klimgordels met zitgordels EN 813 (bevestigingspunt op de buik).
Gebruik EN 12841A: gebruik met klimgordels compleet met valbeveiliging EN 361 (verbindingspunt op de rug of op
de borst).
Gebruik EN 341/2A: gebruik met klimgordels EN 361 en/of EN 813 en/of EN 1496 en/of EN 1497.
Gebruik EN 15151-1: gebruik met klimgordels EN 12277 en/of EN 813.
Gebruik ANSI/ASSE Z359.4: gebruik met klimgordels ANSI/ASSE Z359.1 en/of Z359.4 en/of Z359.11.
Verbindingselementen
Uitsluitend gebruik van karabijnhaken met schroefsluiting, bij voorkeur met ovale vorm, lengte (+/- 10 mm).
Gebruik EN 12841A/B/C en EN 341/2A: karabijnhaken EN 362 klasse B.
Gebruik EN 15151-1: karabijnhaken EN 12275 klasse B of X.
Gebruik ANSI/ASSE Z359.4: karabijnhaken ANSI/ASSE Z359.12.
Verankeringen
De gebruikte verankeringen moeten conform de EN 795 zijn of een weerstand van meer dan 15 kN bezitten.
De verankering moet altijd boven de gebruiker worden geplaatst; zorg dat het touw nergens slap hangt. De
verankering kan zich onder de gebruiker bevinden en is uitsluitend in staat om een val te dragen in geval van
verplaatsing bij omhoog klimmen met dynamische touwen tijdens het gebruik EN 15151-1 van het apparaat.
De verbinding met het verankeringspunt moet zodanig geplaatst zijn dat het afdalen niet gehinderd wordt.
GEBRUIK
Deze instructies moeten aan de werker of de hulpverlener worden gegeven. Het is van vitaal belang dat het apparaat
tijdens het gebruik altijd onder controle van de gebruiker is. Het gebruik van handschoenen wordt aanbevolen; vermijd
bij lange afdalingen contact met oppervlakken die heet kunnen worden. Gebruik het apparaat niet, of neem passende
voorzorgsmaatregelen, in werkzones met elektrisch, thermisch, chemisch gevaar, met bewegende mechanische
delen, scherpe randen of schurende oppervlakken. Men dient zich uit te rusten met passend reddingsmateriaal en te
zorgen voor een adequate training van de werkteams opdat zij de gewonde snel kunnen helpen om de gevolgen van
inerte ophanging te minimaliseren.
Werkingsprincipe
Wanneer het touw aan de zijde van verankering/klimmer [11] belast wordt, draait de beweegbare nok [6] naar de vaste
nok [5], waardoor het touw wordt vastgeklemd en dus wordt afgeremd. De gebruiker moet het remtouw [10] met de
hand blijven vasthouden om de beweegbare nok te kunnen bedienen [6] en dus het touw af te remmen.
Voor een correcte werking is het essentieel dat Giant en de beweegbare nok [6] vrij kunnen bewegen (fig.2).
OPGELET: elk obstakel dat de beweging van Giant of de beweegbare nok [6] kan blokkeren of beperken kan de
remmende werking van het apparaat verhinderen: DOODSGEVAAR (fig.2).
Door de bedieningshendel [4] naar de stand “DESCENT” te trekken [16c], kan het touw geleidelijk worden losgelaten
en wordt, terwijl het remtouw met de hand onder controle wordt gehouden, het neerlaten mogelijk gemaakt. Wanneer
de bedieningshendel wordt losgelaten [4], wordt de afdaling gestopt. Indien de hendel te hard wordt bediend,
onderbreekt de antipaniek-blokkeerinrichting de werking van de hendel in de stand “ANTIPANIC STOP” [16b] en wordt
de afdaling gestopt: de remwerking van het apparaat is in elk geval altijd afhankelijk van het in de hand houden van het
remtouw. Wanneer de hendel in de stand “ASCENT/BELAY/LOCK” [16a] wordt gezet komt de nok vrij, en deze
blokkeert het touw indien het touw wordt belast (fig.3a). Wanneer de hendel in de stand “BRAKE” wordt gezet [16d],
wordt het touw geleidelijk extra geremd, tot het geheel veilig geblokkeerd is in de positie “FULL LOCK” [16e], ook
wanneer het niet wordt belast (fig.3b). Beide posities "LOCK" en "FULL LOCK" zijn veilig voor ophanging in stand-by,
de gebruiker kan de gewenste positie kiezen naar gelang het specifieke gebruik. Er kan een blokkeersleutel worden
gemaakt om elke onbedoelde beweging van de hendel te verhinderen (fig.4).
Installatie van het touw, werkingstest
Het touw moet geïnstalleerd worden in het apparaat in de richting aangegeven op de markering en in fig.5a; voer
vervolgens altijd een werkingstest uit door stevig aan het touw aan de zijde van de verankering/klimmer [11] te trekken
en het remtouw in de hand te houden [10]: het apparaat moet de beweging van het touw stoppen (fig.6). Het touw kan
worden geïnstalleerd terwijl het apparaat aan de karabijnhaak is bevestigd door de voorste flens te open [2]. Gebruik
het apparaat niet als de voorste flens open is, fig.5b. Vermijd externe belastingen van de blokkeerhendel [8]. In
situaties waarin het afdaalapparaat gedeeltelijk of niet wordt belast en/of in geval van externe belastingen van de
blokkeerhendel [8] wordt aangeraden een tweede karabijnhaak in het verbindingsgat [3] aan te brengen om ervoor te
zorgen dat de voorste flens [2] niet open kan gaan, (fig.5c). Koppel het apparaat tijdens het gebruik met zekering aan
een klimgordel, niet aan een vast verankeringspunt (fig.5d).
DOODSGEVAAR in geval van verkeerde montage.

Table of Contents

Related product manuals