283
[Ontladen] De Instagrid ONE staat in de toestand [Ontladen], als de draaischakelaar op
staat en er nog voldoende energie in het hoofdsysteem zit om het bedrijf van
de Instagrid ONE in die toestand te behouden. In die bedrijfstoestand moet u
de volgende bijzonderheden van de led-indicatie in acht nemen:
• Als de leds na de startanimatie uitgaan, is de Instagrid ONE volledig ontladen
en moet u eerst opladen, zie [Laden].
• Om een exacte indicatie van de laadtoestand mogelijk te maken, wordt
de helderheid van de momenteel actieve hoogstwaardige led met
voortschrijdende ontlading gradueel aangepast van helder naar donker.
• Dat geldt niet voor de linker led; die brandt ofwel op volledige kracht
of knippert.
• Als de linker led knippert, is de laadtoestand van de Instagrid ONE laag.
In combinatie met verbruikers met een groot benodigd vermogen kan in
zeldzame gevallen het bedrijfsgedrag veranderen. Laad de Instagrid ONE snel
weer op, zie [Laden].
Het hoofdsysteem is verbonden met de uitgang van de Instagrid ONE. Zelfs
bij een aangesloten laadkabel bestaat geen potentiaalreferentie tussen in- en
uitgang, zie [hoofdstuk 7.1.].
Gebruik die bedrijfstoestand om een aangesloten verbruiker van energie te
voorzien. Ga daarvoor als volgt te werk:
• Vergewis u ervan dat de verbruiker uitgeschakeld en niet met de Instagrid
ONE verbonden is.
• Breng de Instagrid ONE in de bedrijfstoestand [Ontladen] .
• Verbind de verbruiker met de uitgang [4 | 9] van de Instagrid ONE.
6.3. Alarm en storingen
Bepaald door externe of interne invloeden kunnen bij de start of tijdens het bedrijf van de Instagrid
ONE situaties optreden, waarbij verder gebruik van de Instagrid ONE onmogelijk is, bv. omdat een
defect is opgetreden of omdat de voortzetting van het bedrijf (zonder veranderde omstandigheden)
schade aan de Instagrid ONE kan veroorzaken. Als dat gebeurt, verlaat het systeem de actuele
bedrijfstoestand van de Instagrid ONE - ingang [8] en uitgang [4 | 9] zijn gedeactiveerd, de leds [5]
branden of knipperen geel of rood.
Aanwijzing: Als een waarschuwings- of foutmelding optreedt, als de Instagrid ONE niet in de bedrijfs-
toestand [Laden] staat, gaat de led-indicatie na 60 minuten uit. Zo niet kan u de weergave van de
melding observeren zolang de laadingang [8] verbonden is met het stroomnet.
6.3.1. Alarm
In functie van de laadtoestand van de Instagrid ONE branden of knipperen een
of meerdere leds [5] geel. U bevestigt een alarm door de draaischakelaar [3]
minstens 1 s in de stand [Transport] en daarna in de stand van de gewenste
bedrijfstoestand [Laden]/[Ontladen] te brengen.