1 689 989 234 2018-06-08| Robert Bosch GmbH
Bediening | BAT 690 | 169 nl
¶ Bij het laden van in het voertuig gemonteerde voer-
tuigaccu's moet de zwarte laadklem (‒) uit de buurt
van de accu en benzineleiding op de carrosserie
worden aangesloten.
¶ Schakel BAT 690 uit vóór het verwijderen van de
laadklemmen.
¶ De laadklemmen nooit verwijderen tijdens de laad-
procedure.
¶ De accu niet van de elektrische installatie losnemen,
zolang de laadprocedure actief is.
¶ Laadklemmen nooit kortsluiten.
i Bij poolomwisseling en klemmenkortsluiting blijft
de laadspanning uitgeschakeld en verschijnt er een
storingsmelding.
5.2 Inschakelen
1. BAT 690 via de stroomkabel op het spanningsnet
aansluiten.
2. BAT 690 via de aan-/uitschakelaar (afb. 1, pos. 1)
inschakelen.
Rode LED (afb. 1, pos. 7) brandt bij aangesloten
of knippert bij niet aangesloten accu.
i Na de eerste keer inschakelen of het resetten naar
de fabrieksinstelling verschijnt automatisch het
menu "Taal instellen".
i Na het inschakelen van de BAT 690 wordt bij aange-
sloten accu de spanning getoond, bij niet aangesloten
accu verschijnt de melding "geen accu aangesloten".
i BAT 690 herkent automatisch of er een 12 Volt accu
of een 24 Volt accu (twee in serie geschakelde 12
Volt accu's) aangesloten is.
Minimale spanning per bedrijfsmodus 12V 24V
Geen bedrijfsmodus (bijv. na het inschakelen) 3V 17V
Laden 3V 17V
Laden (LFP) 9V 18V
Steunen 3V 17V
Buffers 9V 18V
Tab. 1: Accuherkenning
5.3 Laadmodus
Laadkarakteristieken
BAT 690 heeft afhankelijk van het accutype verschillen-
dende laadkarakteristieken en laadparameters in het
geheugen. Op de volgende foto wordt als voorbeeld het
principe van een acculaadkarakteristiek weergegeven.
t
I
U
I
1
I
2
U
U
3
Afb. 4: Laadkarakteristiek
Laadkarakteristiekwaarden voor accutype UNI
I
1
= 20% van de ingestelde accucapaciteit
I
2
= 2% van de ingestelde accucapaciteit
U
1
=
14,0 V (12 V)
28,0 V (24 V)
U
2
= 14,2 V – 14,8 V (12 V)
28,4 V – 29,6 V (24 V)
U
3
=
13,5 V / 27 V
Fase 1 (t1): hoofdlading, groene LED knippert snel
De laadstroom I
1
bedraagt ca. 20% van de ingestelde ac-
cucapaciteit (bij LFP-accu's 60%). Wanneer de accu de
eindlaadspanning U
1
heeft bereikt, begint de laadstroom I
1
te dalen. Nu is ca. 65% van de accucapaciteit bereikt. De
accu is inzetbaar als startaccu. Fase 1 is voltooid, wan-
neer de laadstroom I
1
minder wordt dan ca. 2% van de
accucapaciteit. De accu is dan voor ca. 97% opgeladen.
Fase 2 (t2): bijlading, groene LED knippert langzaam
De laadstroom I
2
bedraagt ca. 2 % van de ingestelde accuca-
paciteit. De laadspanning wordt begrensd tot U
2
.
Fase 3 (t3): druppellading, groene LED brandt
De laadstroom wordt altijd geactiveerd, wanneer de ac-
cuspanning minder wordt dan U
3.
De laadstroom blijft zo
lang actief, totdat de laadspanning U
1
weer bereikt is.