NL
LET OP
Na elke rotatie van de duwboom (stuurhendels) dient u na te gaan of de
veiligheidsonderdelen hun functie volledig uitvoeren.
Herhaal de handelingen die u voor de rotatie van de duwboom hebt uitgevoerd in
omgekeerde volgorde om de duwboom weer in de configuratie voor de
frontwerktuigen te brengen.
Verplaats de omkeerhendel (Q, Fig. 13) telkens wanneer de stuurhendels 180°
draaien:
Stand 1 Breng de hendel (Q, Fig. 13) omlaag voor het gebruik van de
werktuigen aan de voorkant.
Stand 2 Breng de hendel (Q, Fig. 13) omhoog voor het gebruik van de
werktuigen aan de achterkant.
6.2.2 Montage van de frees zonder Quickfit
1. Verwijder het beschermdeksel van de aftakas (A, Fig. 4). Vet de koppelonderdelen in.
Monteer de centreerpennen (O) in de gaten op de aftakas van de machine (zie Fig. 14);
VOORZICHTIG
Om de Quickfit te kunnen monteren moeten de centreerpennen worden
verwijderd.
2. Plaats de seegerring (L) in de geul in de verbinding (N, Fig. 14). Plaats de verbinding N op de
aftakas van de machine;
3. Monteer de frees (C, Fig. 15). Let er daarbij op dat de centreerpennen (O), die eerder op de
aftakas van de machine zijn gemonteerd, in de zitting van de freeskoppeling steken;
4. Blokkeer de frees met de twee moeren (A, Fig. 15).
6.2.3 Montage van de wielen
Monteer de wielen op de naven van de motorploeg met de 4 schroeven (G, Fig. 16).
LET OP
Controleer of de pijl die bepaald wordt door het loopvlakprofiel van de banden in
de rijrichting (A, Fig. 16) wijst.
240