NL
10.4.2 Voor modellen met benzinemotor
Lees de gebruiks- en onderhoudshandleiding van de motor.
10.4.3 Voor alle andere modellen
• Draai de sleutel (C) in de stand «1», de lampjes van de accu (D) en van de oliedruk (E,
optioneel) moeten gaan branden (Fig. 29).
OPMERKING
Het lampje van de accu (D) moet uitgaan zodra de motor draait, terwijl het lampje van
de olie (E, optie) uitgaat zodra de olie van de motor onder druk wordt gezet (Fig. 29).
• Draai de sleutel (C) in de stand «2» en laat hem los zodra de machine gestart is (Fig. 30).
LET OP
Als het lampje van de accu of het lampje van de olie aanblijven, controleer dan de
accu of de hoeveelheid olie van de motor.
LET OP
Wanneer de elektrische start telkens langer dan 5 seconden wordt gebruikt, raakt
de startmotor oververhit en kan deze beschadigd raken.
LET OP
Voor alle aspecten van de startprocedure dient u aandachtig de handleiding van de
motor te lezen.
10.5 BEDIENINGEN
10.5.1 Koppelingshendel en veiligheidshendel
Om de machine in beweging te brengen moet de veiligheidshendel (A, Fig. 31) worden
ingeschakeld door de veiligheidsvergrendeling (B) in te drukken.
Met de koppelingshendel (C, Fig. 31) is het volgende mogelijk:
• Loskoppelen van de koppeling met de mogelijkheid om de beweging geleidelijk te stoppen
totdat de machine volledig tot stilstand is gekomen met volledig ingedrukte
koppelingshendel (C).
• Een geleidelijke start van de machine door met volledig ingedrukte koppeling (C, Fig. 43) te
starten en hem geleidelijk los te laten (aanbevolen gebruik bij hoge versnellingen of bij een
hoog toerental van de motor).
10.5.2 Schakelen
LET OP
Schakel de remhendels (A, B, Fig. 24) in en blokkeer ze met de speciale
blokkeringen (C, Fig. 24) en zet de gashendel (E, Fig. 33) in de minimumstand
voordat u schakelt.
249