NL
24 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
LET OP
• Zet de machine altijd uit en koppel de bougie los voordat u de aanbevolen
corrigerende maatregelen in onderstaande tabel uitvoert, behalve als
uitdrukkelijk gevraagd wordt om de machine aan te zetten.
• Als alle mogelijke oorzaken nagegaan zijn en het probleem nog steeds niet is
opgelost, neem dan contact op met een erkend reparatiecentrum. Als u een
probleem heeft dat niet in deze tabel staat, neem dan contact op met een
erkend reparatiecentrum.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN OPLOSSING
De motor start niet of gaat na
enkele seconden na het starten
weer uit.
(Zorg ervoor dat de schakelaar
in de stand ‘ON’ staat).
Er is geen vonk.
Controleer de vonk van de
bougie. Als er geen vonk is,
herhaal de test dan met een
nieuwe bougie.
Geen brandstof.
Controleer het brandstofpeil, de
reiniging van luchtfilter en de
sluiting van de
brandstofkraantjes.
De motor start, maar versnelt
niet voldoende of werkt niet
goed bij hoge snelheid.
De carburator moet worden
afgesteld.
Neem contact op met een
erkend servicecentrum om de
carburateur te laten afstellen.
De motor bereikt de volledige
snelheid niet en/of geeft zeer
veel rook af.
Luchtfilter is vuil.
Schoonmaken: zie de instructies
in het hoofdstuk 13
ONDERHOUD.
De carburator moet worden
afgesteld.
Neem contact op met een
erkend servicecentrum om de
carburateur te laten afstellen.
De motor start, draait en
versnelt, maar wil niet stationair
lopen.
De carburator moet worden
afgesteld.
Neem contact op met een
erkend servicecentrum om de
carburateur te laten afstellen.
Vroegtijdige breuk van de
werktuigen.
Steenachtige bodem.
Voorafgaande verkenning van
het terrein.
Lawaaiige machine of
versnellingsbak.
Beschadigde of losgedraaide
werktuigen.
Bevestig de werktuigen.
Losgedraaide beschermkappen.
Haal de bouten aan.
Slechte smering.
Vul olie bij tot het aangegeven
niveau.
Abnormale trillingen.
Beschadigde werktuigen.
Vervangen.
Losgedraaide elementen.
Aanhalen.
De startmotor start de motor
niet.
Lege accu.
Laad de accu op.
270