NL
7 VEILIGHEIDSSYSTEMEN
LET OP
Maak de veiligheidssystemen op geen enkele wijze onklaar.
LET OP
Gebruik de machine niet als de veiligheidssystemen niet perfect werken.
Om de grootste veiligheid voor de bediener te waarborgen, is de machine met de volgende
veiligheidssystemen uitgerust:
7.1 AFTAKAS UITSCHAKELEN
De motorploegen zijn voorzien van een automatisch systeem in de versnellingsbak dat de
aftakas uitschakelt als de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.
7.2 VEILIGHEIDSHENDEL (G, FIG. 43)
Noodsysteem dat de beweging van het snijwerktuig en de beweging van de machine stopt
wanneer de greep van de stuurhendels wordt losgelaten.
8 VOORBEREIDINGEN
Voordat u begint te werken, moeten een aantal controles en werkzaamheden worden
uitgevoerd om er zeker van te zijn dat het werk goed en veilig wordt uitgevoerd.
8.1 WERKGEBIED
LET OP
Gebruik de machine niet als u geen hulp kunt vragen bij ongelukken.
LET OP
Wanneer de machine in contact komt met vreemde voorwerpen, muren, of wanneer
metalen draden en gaas in de snijwerktuigen worden opgewikkeld, kan dit
plotselinge bewegingen en eventueel de omkanteling van de machine veroorzaken
met ernstige schade of letsel van de bediener of van derden.
• Controleer of er geen personen of dieren in het werkgebied zijn.
• Verzeker u ervan dat het snijwerktuig geen enkel voorwerp raakt, voordat u de motor start.
• Zorg ervoor dat u kunt bewegen en veilig kunt staan.
• Controleer het gebied waar u de werkzaamheden moet uitvoeren zorgvuldig. Controleer het
werkgebied op mogelijke obstakels (wortels, stenen, takken, sloten, enz.).
• Let op de aanwezigheid van leidingen, metalen kabels, putjes, beregeningsinstallaties.
• Controleer of er geen leidingen en/of elektrische kabels in de grond zitten.
241