NL
Er kan op 2 verschillende manieren worden geschakeld:
• Houd zowel de veiligheidshendel (A) als de koppelingshendel (C) van de
koppelingsbediening (Fig. 35) volledig ingedrukt en zet de versnellingshendel (N, Fig. 34) in
de gewenste versnelling.
• Laat zowel de veiligheidshendel (A) als de koppelingshendel (C) van de
koppelingsbediening (Fig. 36) volledig los en zet de versnellingshendel (N, Fig. 34) in de
gewenste versnelling.
Gebruik de versnellingshendel (N, Fig. 34) om te schakelen.
OPMERKING
Op de beschermkap (F) van de stuuras (Fig. 37, Fig. 38) geeft een etiket de correcte
volgorde van de versnellingen aan:
• Zie voor het gebruik van de frontwerktuigen het deel van het etiket met een gele
kleur (Fig. 37).
• Zie voor het gebruik van achterwerktuigen het deel van het etiket met een rode kleur
(Fig. 38).
10.5.3 Inschakelhendel onafhankelijke aftakas
LET OP
Zet de gashendel (E, Fig. 33) altijd op de laagste stand voordat u de aftakas
inschakelt.
De aftakas kan op 2 verschillende manieren worden ingeschakeld:
• Houd zowel de veiligheidshendel (A) als de koppelingshendel (C) van de
koppelingsbediening (Fig. 35) volledig ingedrukt en schakel de bedieningshendel van de
aftakas (R, Fig. 21) in.
• Laat zowel de veiligheidshendel (A) als de koppelingshendel (C) van de
koppelingsbediening (Fig. 36) volledig los en schakel de bedieningshendel van de aftakas (R,
Fig. 21) in.
OPMERKING
Op de hendel voor inschakeling van de aftakas (R) geeft een etiket de status van de
aftakas aan (Fig. 21).
De inschakelhendel van de aftakas (R, Fig. 21) schakelt de onafhankelijke aftakas in.
De onafhankelijke aftakas heeft twee snelheden:
1. 585 toeren/min
2. 900 toeren/min
10.5.4 Remhendel (Fig. 24)
Schakel de remhendel (A) in om het linker wiel te remmen of om de machine naar links te laten
afbuigen. Schakel de remhendel (B) in om het rechter wiel te remmen of om de machine naar
rechts te laten afbuigen.
250