NL
10 STARTEN VAN DE MOTOR
LET OP
• Wikkel het startkoord nooit rond uw hand.
• Til de machine niet op tijdens het starten.
LET OP
Om de machine te starten, moet u in het gearceerde gebied gaan staan:
• bij gebruik van frontwerktuigen (Fig. 18).
• bij gebruik van achterwerktuigen (Fig. 19).
• Zet de schakelhendel (N) in de neutrale stand (Fig. 20).
• Schakel de remhendels (A, B Fig. 24) in en blokkeer ze met de speciale blokkeringen (C,
Fig. 24).
• Breng de bedieningshendel van de aftakas (R, Fig. 21) in de neutrale stand (N).
• Zet de schakelaar (A, Fig. 22, Fig. 23) in de stand ‘I’.
• Zet de gashendel (B, Fig. 22, Fig. 23) halverwege.
LET OP
Voor alle andere aspecten van de startprocedure dient u aandachtig de handleiding
van de motor te lezen.
10.1 ELEKTRISCHE START
De motorploegen kunnen op aanvraag worden uitgerust met een elektrische start.
VOORZICHTIG
Schakel de accu in alvorens de machine te starten.
10.2 ACCU
De machine wordt geleverd met een accu zonder elektrolyt. De accu moet met elektrolyt
gevuld worden en elektrisch geladen worden, voordat de machine in werking wordt gesteld.
10.2.1 Demontage van de accu
• Open de motorkap (A, Fig. 21).
• Koppel de ontluchtingsleiding (B, Fig. 22) los.
• Neem de accu eruit.
246