NL
LET OP
Laat de machine niet onbeheerd achter met draaiende motor. Schakel de motor
telkens uit wanneer u zich van de machine verwijdert, vóór het bijvullen van de
brandstof en vóór elk onderhoud of reiniging.
• Stop de machine als het werktuig een vreemd voorwerp raakt. Inspecteer en herstel
eventueel beschadigde onderdelen.
• Wees bijzonder voorzichtig en alert tijdens het dragen van gehoorbescherming want
dergelijke apparatuur kan uw vermogen om waarschuwende geluiden (roepen, signalen,
waarschuwingen, enz.) belemmeren.
• Er wordt aanbevolen meerdere keren te passeren, zo wordt de grond fijner bewerkt zonder
de machine te overbelasten.
• Werk altijd met de motor op vol vermogen en in een lage versnelling voor een optimaal
resultaat. Er wordt nooit een goed resultaat verkregen als de rijsnelheid te hoog is.
LET OP
Buig u nooit over de beschermkap van het snijwerktuig. Stenen, rommel, enz.
kunnen naar boven geslingerd worden en blindheid of ernstig letsel veroorzaken.
Laat de machine door niemand besturen als u de machine bij draaiende motor
bedient. Zet de machine onmiddellijk uit als iemand u benadert.
LET OP
Het kan gebeuren dat takken of struikgewas tussen de beschermkap en het
snijwerktuig geblokkeerd raakt. Zet de motor altijd uit voordat u dit schoonmaakt.
LET OP
Probeer het materiaal niet uit het werktuig te verwijderen als de motor draait of als
het snijwerktuig in beweging is, om ernstig letsel te voorkomen.
12.4 AFSTELLEN VAN DE SPOORBREEDTE
De wielen met verstelbare flens maken verschillende afstellingen van de spoorbreedte mogelijk.
De wielen worden geleverd in de configuratie met smalle spoorbreedte.
De machine afstellen voor een brede spoorbreedte
demonteer de flens (A, Fig. 41) en installeer hem aan de binnenkant van de bevestiging (E,
Fig. 42) met de schroeven (B, Fig. 41) en bijbehorende moeren (C, Fig. 41) en sluitringen (D,
Fig. 41).
De machine afstellen voor een smalle spoorbreedte
demonteer de flens (A, Fig. 41) en installeer hem aan de buitenkant van de bevestiging (F,
Fig. 42) met de schroeven (B, Fig. 41) en bijbehorende moeren (C, Fig. 41) en sluitringen (D,
Fig. 41).
254