212
Speedpedelec gebruiken op de openbare
weg
Naast de algemene aanwijzingen geldt het
volgende voor het gebruik van uw speedpe-
delec op de openbare weg:
• Uw speedpedelec is een motorvoertuig en
moet daarom goedgekeurd en verzekerd
zijn.
De goedkeuring is alleen van toepassing
op het voertuig met de originele uitrus-
ting. Daarom mogen er geen wijzigingen
worden aangebracht aan speedpedelecs.
Voor reparaties mogen alleen originele
reserveonderdelen worden gebruikt die
voor 100 % identiek zijn.
• Voor het rijden met speedpedelecs gel-
den landspecifieke of regionale leeftijds-
beperkingen (minimumleeftijd).
• In de hele EU zijn helmen en rijbewijzen
verplicht voor speedpedelecs
10
, in som-
mige andere landen in een nationaal aan-
gepaste vorm.
• Gebruik alleen de snelfietsroutes en rijstro-
ken die zijn vrijgegeven voor speedpede-
lecs. Fietsen op fietspaden is over het alge-
meen niet toegestaan met speedpedelecs.
• Uw speedpedelec moet zijn uitgerust met
de voorgeschreven onderdelen (ach-
teruitkijkspiegel, kentekenplaathouder,
claxon, remlicht, verlichtingsonderdelen
met permanent licht).
De onderdelen moeten correct bevestigd
zijn en altijd goed functioneren.
• Het gebruik van een speedpedelec met een
kinderzitje en / of aanhanger (voor kinderen,
bagage, honden enz.) is niet toegestaan.
3.5.3 Off-road rijden
Belangrijk: Zorg voor verantwoord
rijgedrag ten opzichte van natuur,
milieu en medemens. Hierdoor blijft
de natuur behouden als basis voor
het beoefenen van uw sport en is de
interactie met andere gebruikers
conflictvrij.
10 Rijbewijs voor motorvoertuigen van categorie L1e-B.
Neem daarom de volgende regels in acht
wanneer u off-road rijdt:
• Draag voor uw veiligheid beschermers en
een fietshelm.
• Rijd alleen op gemarkeerde paden,
anders wordt schade aan de natuur ver-
oorzaakt.
Houd u aan wegafsluitingen, rijverboden
en natuur- of wildbeschermingsgebieden,
omdat deze gerechtvaardigd zijn.
• Rem behalve in noodsituaties niet met
blokkerende wielen, om bodemerosie en
schade aan het pad te voorkomen.
• Rijd gecontroleerd en voorzichtig met
aangepaste snelheid. U moet te allen tijde
kunnen stoppen bij het zien van obsta-
kels, andere fietsers of voetgangers!
• Kondig uzelf tijdig aan wanneer u andere
mensen op de paden wilt passeren. Laat
ze niet schrikken en rijd er langzaam
langs of stop.
• Houd rekening met grazend vee en die-
ren in de bossen en velden. Laat geen
weidehekken open nadat u ze bent
gepasseerd, en rijd niet meer door het
bos na zonsondergang, om de dieren niet
te storen terwijl ze eten en rusten.
• Laat geen afval achter.
• Houd lichaamsdelen en kleding uit de
buurt van kettingbladen, de draaiende
ketting en draaiende pedalen, cranks en
wielen.
• Draag lichtgekleurde, goed zichtbare kle-
ding die zo strak zit dat ze niet blijft haken
aan bewegende onderdelen van de fiets
of aan voorwerpen op de weg of het pad.
• Plan uw tocht goed en let op de weers-
voorspellingen. Schat uw vaardigheden
goed in, houd hiermee rekening bij het
kiezen van de route en neem de juiste
uitrusting mee. Hiertoe behoren ook
gereedschap, proviand en een EHBO-kit
voor onvoorziene situaties.