NL
231
UITRUSTING / ONDERDELEN
12 Pedaalaandrijving
12.1 Kettingaandrijvingen
Bij kettingaandrijvingen worden rotatie en
kracht via een ketting door de cranks over-
gebracht op het achterwiel.
Hiervoor loopt de ketting over twee tandwie-
len: op pedaalhoogte over een kettingblad en
bij het achterwiel over een achtertandwiel.
Het aantal achtertandwielen is afhankelijk
van het model verschillend.
De combinatiemogelijkheden van ket-
tingblad en achtertandwielen bepalen het
aantal versnellingen voor de derailleur.
20
23
18
17
17
Kettingblad
23
Achtertandwiel
18
Ketting
Afb.8: Onderdelen van de kettingaandrijving
12.2 Riemaandrijvingen
Bij riemaandrijvingen worden rotatie en
kracht via een riem door de cranks overdra-
gen op het achterwiel.
Hiervoor loopt de riem op pedaalhoogte
over de voorste riemschijf en bij het achter-
wiel over de achterste riemschijf.
28
Riem
30
Achterste riem-
schijf
29
Voorste riemschijf
28
30 29
Afb.9: Onderdelen van de riemaandrijving
20 Zie daarvoor ook hoofdstuk 15.1 “Derailleurs”.
13 Elektrisch aandrijfsys-
teem
13.1 Werkingsprincipe
van de elektrische
aandrijving
Als u op uw bedieningselement een van de
ondersteuningsniveaus hebt ingeschakeld,
begint de motor te werken zodra u op de
pedalen trapt.
Het vermogen van de motor is afhankelijk van:
• de kracht waarmee u op de pedalen trapt.
Als u met weinig kracht trapt, is de
trapondersteuning minder dan wanneer u
harder trapt, zoals bij het bergop rijden.
Dit verhoogt echter ook het stroomver-
bruik en vermindert het bereik.
• de ingestelde ondersteuningsmodus.
Hoe hoger het niveau van traponder-
steuning, hoe meer de motor u zal onder-
steunen. Bij een hoog motorvermogen is
echter ook het stroomverbruik hoog. In
de zwakste ondersteuningsmodus is de
stuwkracht het laagst, maar het bereik is
hier het grootst.
Het bereik van de accu is afhankelijk van:
• de accucapaciteit.
• de gekozen motorondersteuning.
• de geografische omstandigheden.
• het wegdek.
• uw rijstijl.
• het gewicht van de berijder.
• de bandenspanning.
• de technische staat van uw e-bike.
• de omgevingstemperatuur.
Extreme omgevingstemperatu-
ren kunnen het bereik verkleinen.
Het bereik van -5 tot +40 °C moet worden
aangehouden als bedrijfstemperatuur.
Belangrijk: De aangegeven actiera-
diussen worden meestal onder opti-
male omstandigheden bereikt. In het
dagelijks leven zult u meestal minder
ver kunnen rijden. Houd hier rekening
mee bij het plannen van uw tocht.