1 689 978 572 2014-06-06| Robert Bosch GmbH
220 | VLS 5140 | Montagenl
3.10.3 Onderste positie nivelleren
1. Toets "Zakken" (u) indrukken en rijrail compleet
laten zakken.
2. Rijrail belasten (middelgroot voertuig)
3. Rijrail controleren:
$ Tussen de onderkant van de rijrails en de funde-
ring moet ongeveer 1 cm vrije ruimte zijn.
$ Elke rijrail moet in lengte- en dwarsrichting
horizontaal zijn.
! Voor een nauwkeurige controle van de uitlijning moet
een nivelleerapparaat worden gebruikt.
Indien nodig:
4. Rijrail heffen.
5. Foutief ingestelde rubberen buffers in hoogte
verstellen.
Fig. 19: Hoogteverstelbare rubberen buffers
6. Terug naar stap 1.
Nadat de rubberen buffers correct gejusteerd zijn:
7. Rijrail heffen.
8. Moeren aan alle rubberen buffers nogmaals
aandraaien.
3.11 Uitschakelpunten instellen
! De af fabriek ingestelde uitschakelpunten moeten bij
de eerste inbedrijfstelling worden gecontroleerd en
indien nodig gecorrigeerd.
3.11.1 Uitschakelpunten
Het hefplatform wordt door een elektronische bestu-
ring geregeld en bewaakt. De uitschakelpunten voor de
rijrails kunnen zelf worden bepaald.
Uitschakelpunt Positie
Bovenste
uitschakelpunt
Bovenkant van de rijrail bevindt zich
max. 1830 mm boven de fundering.
Veiligheids-
hoogte "Voet-
bescherming"
Onderkant van de rijrail bevindt zich
max. 200 – 250 mm boven de fundering.
Onderste
uitschakelpunt
Rijrail ligt op rubberen buffers op de
fundering.
i De opgeslagen waarden blijven ook bij uit-
geschakelde stroomvoorziening behouden.
3.11.2 Bedieningselementen op de regelprintplaat
Fig. 20: Bedieningselementen op de regelprintplaat
1 Led voor rijrail 1 (rood/groen)
2 Led voor rijrail 2 (rood/groen)
3 Bevestigingsknop (ENTER)
4 Jumper J1 (normale stand: open)
5 Programmakeuzeschakelaar (zie tabel)
Programma Actie
0 Basisstand werking
1 Onderste uitschakelpunt instellen
2 Hoogteverschil van de rijrails compenseren
3 Bovenste uitschakelpunt instellen
4 Positioneringsrit
5 Positioneringsrit
6 Veiligheidshoogte "Voetbescherming" instellen.
7 Test: Bewegingssensor
8 Test: contacten, claxon, data-EEPROM
9 Foutgeheugen uitlezen
3.11.3 Uitschakelpunten instellen
! Bij de instelprocedures is geen automatische eindaf-
schakeling aanwezig. Naloop van ca. 5 mm in acht
nemen.
¶ Voorwaarden controleren:
$ Rijrails zijn genivelleerd.
$ Rubberen buffers zijn gejusteerd.
$ Bewegingssensoren zijn correct ingesteld.
Onderste uitschakelpunt instellen
1. Programmakeuzeschakelaar op "1" zetten.
2. Bevestigingsknop indrukken.
Beide leds branden groen.
Programma 1 is gekozen.
3. Rijrail compleet naar beneden bewegen.
4. Bevestigingsknop indrukken.
Beide leds knipperen groen.
"Onderste uitschakelpunt is opgeslagen.