NL
>> het kiezen en instellen van de programma’s >> 19
instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over.
Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
• Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont.
Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Calorieën (CAL): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand ingesteld, dan
knippert de caloriewaarde (CAL).
• Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u
wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Leeftijd (AGE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de
leeftijdswaarde (AGE).
• Draait u aan het keuzewiel tot uw leeftijd wordt getoond. Bevestig de instel-
ling door op het keuzewiel te drukken.
Het intensiteitsproel – de tijd-/weerstandssegmenten (1 – 10): Wan-
neer u uw leeftijd heeft ingesteld, toont het scherm de tijd-/weerstandsseg-
menten. Het eerste weerstandssegment knippert.
• Draait u aan het keuzewiel tot het gewenste intensiteitsniveau is bereikt.
Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
• Het scherm toont het volgende tijdssegment. Herhaal dezelfde procedure
voor alle tijdssegmenten.
Start de training
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma.
Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en
kunt u met de training beginnen.
Het trainingsprogramma start met het weerstandsniveau 6 bij alle tijdsseg-
menten.
Als u een segment instelt op het hoogste niveau, kunt u de weerstand
aanpassen tijdens de training. Doet u dit niet, dan kunt u de weerstand niet
aanpassen.
Gebruikersprogramma (P 13)
Eigenschappen van het programma
• Met het gebruikersprogramma kunt u uw eigen trainingsprogramma met
intensiteitsprofiel samenstellen. Voor alle 10 de tijdssegmenten kan de
intensiteit worden ingesteld.
• U kunt de trainingstijd, de trainingsafstand en het aantal calorieën instellen.
• De computer berekent aan de hand van de opgegeven leeftijd de voor u
optimale doelhartslag en toont deze voortdurend op het scherm. Houd uw
hartslag op peil door de intensiteit van de training aan te passen.
• De intensiteit van de training kunt u instellen door de weerstand te verho-
gen/verlagen of door de trapfrequentie te verhogen.
Selectie
Draait u aan het keuzewiel tot PROGRAM 13 wordt getoond. Bevestig de
selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DIST): wanneer u PROGRAM 13
selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de
trainingstijd of de trainingsafstand (DIST) instellen. Wanneer u de trainingstijd
STOP PROGRAM
LEVEL
TIME SPEED
KPH AGE
DIST CAL HEART RATE