4| Controleren of ...
•
de veiligheidsgleuf
10
in de rand van het deksel
•
de drukregelaar
15
•
de drukindicator
16
•
de greepontgrendeling
14
•
het veiligheidsventiel
7
schoon en niet ver-
stopt zijn.
Korsten inweken en verwijderen, verstop-
pingen verwijderen (zie hoofdstuk 12.1
Reiniging).
5| Controleren of aan de onderzijde van het
deksel de kogel in het veiligheidsventiel
7
zichtbaar is.
Evt. het deksel
6
schudden, totdat de
kogel weer zichtbaar is.
Bij beschadiging door een WMF-dealer of
-servicepunt laten vervangen.
6| Drukregelaar
15
met een druk van de vinger
voorzichtig op beweeglijkheid testen.
7| Controleren of alle afdichtingen schoon en
onbeschadigd zijn en eveneens correct in
positie zitten (vgl. afbeeldingen reeks J).
Positie van de kooksignaaldichting en
eventuele beschadiging ervan controleren.
7.2| DEKSEL OPENEN
Voor het openen van de snelkookpan het deksel
6
volgens hoofdstuk 6.1 verwijderen.
7.3| SNELKOOKPAN VULLEN
Te garen voedingsmiddelen met voldoende
vloeistof in de pan leggen, evt. inzetmand-
jes en een steun (zie hoofdstuk 11.2) gebruiken.
Vlees evt. volgens hoofdstuk 11.1 eerst in de pan
dichtschroeien.
7.4| SNELKOOKPAN SLUITEN
1| Evt. het deksel volgens hoofdstuk 6.3 in
elkaar zetten.
2| Het deksel volgens hoofdstuk 6.3 plaatsen en
sluiten.
7.5| VOEDINGSMIDDELEN GAREN
In de snelkookpan garen de voedingsmidde-
len onder druk. Door de stoomdruk in de pan
heersen hogere temperaturen dan bij "nor-
maal" koken. Daardoor worden de gaartijden
tot 70 procent verkort, wat leidt tot een duide-
lijke energiebesparing. Door het korte garen in
stoom blijven bovendien het aroma, de smaak
en vitamines zoveel mogelijk behouden.
TIP Om meer energie te besparen, schakelt u
de warmtebron al voor de beëindiging van de
gaartijd uit, omdat de warmte die is opgesla-
gen in de pan voldoende is om het gaarproces
te voltooien.
VOORZICHTIG
Gevaar voor brandwonden door
vrijkomende voedingsmiddelen
Hete voedingsmiddelen kunnen via de drukre-
gelaar, het veiligheidsventiel of de zijdelingse
veiligheidsgleuf uit de snelkookpan vrijkomen
en verbrandingen veroorzaken.
•
Snelkookpan maximaal tot 2/3 (zie markering
aan de binnenzijde) van zijn nominale inhoud
vullen.
•
Snelkookpan hoogstens tot 1/2 van zijn
nominale inhoud vullen, indien zwellende,
brijachtige of sterk schuimende voedings-
middelen zoals bijv. soepen, peulvruchten,
stoofschotels, bouillon, orgaanvlees of deeg-
waren worden gegaard.
OPGELET
Beschadiging door te weinig /
ontbrekende vloeistof
Gevaar door oververhitting en beschadiging
•
Snelkookpan nooit zonder vloeistof of zonder
toezicht op de hoogste stand verwarmen.
•
Snelkookpan alleen met voldoende vloeistof
(minimaal 1/4 l water) gebruiken.
342